Klare taal

Op 1 februari 2019 heeft u een aanvraag ingediend voor wijziging van de verstrekkingsvorm van de aan u toegekende voorziening.

Klare taal voor jou?

Voor de meeste mensen niet. Maar hoe leg je een ingewikkelde regeling zo uit dat jouw lezer het snapt? Klare taal betekent dat je schrijft op B1-niveau. Dan kan 95% van de Nederlanders je tekst begrijpen. Veel teksten van de overheid hebben een hoger niveau. En dan mist je tekst soms het doel dat je wilt bereiken.

Na de training schrijf je eenvoudig en begrijpelijk Nederlands

Hoe schrijf je eenvoudig en begrijpelijk Nederlands? En dan zo dat het inhoudelijk en juridisch allemaal klopt.

Dat leer je in de training Klare taal. Je leert in vier dagdelen:

 •wat taalniveaus zijn

 •wat de regels zijn voor schrijven op B1-niveau

 •hoe je B1-niveau toepast op teksten voor jouw organisatie

 •hoe je je tekst afstemt op de lezer

 •hoe je teksten lezersgericht indeelt

 •hoe je lezersgericht formuleert

 

Taalniveau B1: begrijpelijke taal voor bijna iedereen.

Taalniveau B1 begrijpt zo’n 95% van de inwoners. Overheden en bedrijven schrijven hun teksten meestal op taalniveau C1. Ongeveer 60% van onze bevolking kan die teksten niet goed begrijpen.

Lezen kost minder tijd

Een tekst in Klare Taal heeft een logische structuur, duidelijke tussenkopjes, makkelijke woorden en korte, actieve zinnen. En daar worden alle lezers blij van. Want lezen kost zo veel minder tijd.

Met B1 bereik je je doel

Taalniveau B1 is meer dan begrijpelijk of eenvoudig.

Het belangrijkste is dat je je doel bereikt. Dat doel is niet alleen je lezer te informeren of te laten begrijpen. Dat zijn maar middelen. Het doel van een tekst is vaak actie. Je lezer moet iets doen als hij de tekst heeft gelezen. Bijvoorbeeld een formulier invullen. Een advies overnemen. Of zich houden aan de voorwaarden van een vergunning. Als je schrijft op B1-niveau, focus je daarom ook op het doel, de lezer en de opbouw van de tekst. Doe je dit goed? Dan is de kans groot dat je lezer doet wat je verwacht.

Programma Klare Taal

Dagdeel 1: Hoe bouw je je tekst op?

 •Op de stoel van de lezer. Wat moet je doen als je deze brief hebt gelezen?

 •B1-niveau. Wat houdt dat in en wat betekent dat voor je teksten?

 •Begrijpelijk schrijven met een duidelijke aanpak. Hoe begin je?

 •De belangrijkste boodschap vooraan. Daarna de toelichting aan de hand van de lezersvragen.

 •Krachtige koppen en alinea’s met pit. Schrijven vanuit de kern.

 

Dagdeel 2: Hoe formuleer je helder, bondig en actief?

 •Duidelijk en eenvoudig schrijven. Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten voor jouw tekst?

 •Het verschil tussen schrijversgericht en lezersgericht: de u-wij-wisseltruc.

 •Eenvoudige woordkeus. Hoe ga je om met vaktaal?

 •Vertaal je taal. Vervang ouderwetse en ambtelijke woorden door modern Nederlands

 •Hoe schrijf je helder Nederlands in juridische teksten?

 •Hoe schrijf je kort en krachtig in plaats van omslachtig.

 

Dagdeel 3 en 4: Je eigen tekst langs de meetlat

 •Je past de regels toe op je eigen tekst.

 •Je tekst langs de meetlat: wat zijn je sterke punten en je aandachtspunten?

 •Feedback van collega’s en de trainer.

 •Herschrijven van standaardteksten

 

Leerdoelen

Na de training passen de deelnemers het volgende toe in de praktijk:

 •Ze schrijven brieven en mails die je snel op hoofdlijnen kunt lezen.

 •Ze stemmen de brief en e-mail optimaal af op de lezer.

 •Ze presenteren de opbouw helder en overzichtelijk.

 •Ze maken onderscheid in hoofd- en bijzaken.

 •Ze formuleren kopjes die de lezer informeren.

 •Ze selecteren de juiste informatie.

 •Ze schrijven goedlopende zinnen in een toegankelijke en zakelijke stijl.

 •Ze schrijven samenhangende teksten.

 •Ze formuleren helder, bondig en actief.

 •Ze schrijven met meer plezier en met meer gemak.

Inschrijven via website van de opleider

Soort opleiding

Soort inschrijving

Taken

Vakbekwaam Eigen deskundigheid bevorderen

Niet van toepassing Bewaken van afspraken

Niet van toepassing Evalueren

Vakbekwaam Bijdrage aan beheer en beleid van de organisatie

Vakbekwaam Uitvoering

Niet van toepassing In beeld brengen van de vraag en (persoonlijke) situatie

Niet van toepassing Afspreken van doel- en actiebepalingen

Vakbekwaam Rapporteren

Vakbekwaam Het voeren van een intakegesprek

Niet van toepassing Handhaven


Kennisgebieden

Niet van toepassing Begeleiding/vorm

Vakbekwaam Integrale dienstverlening

Vakbekwaam Wet- en regelgeving


Competenties

Vakbekwaam Zelfreflectie

Niet van toepassing Coachen

Vakbekwaam Resultaatgericht

Vakbekwaam Methodisch werken

Vakbekwaam Inlevingsvermogen

Vakbekwaam Flexibiliteit

Vakbekwaam Evalueren en aanpassen

Vakbekwaam Analytisch vermogen

Vakbekwaam Communiceren

Vakbekwaam Organisatiesensitiveit

Niet van toepassing Netwerken en samenwerken

Vakbekwaam Creativiteit

Vakbekwaam Zelfstandigheid

Vakbekwaam Integriteit

Vakbekwaam Regisseren

Niet van toepassing Plannen en organiseren

Vakbekwaam Lerende houding