Uitvoerders kunnen het verschil maken in de Participatiewet

De evaluatie van de Participatiewet door het Sociaal- en Cultureel Planbureau (SCP) loog er niet om. Het doel om meer mensen in de bijstand aan een baan te helpen, is niet gehaald. Onjuiste aannames, verkeerde financiële prikkels en het is nog steeds veel te ingewikkeld. “Laten we toch iets meer de tijd nemen om beleid te toetsen aan de uitvoerbaarheid in de praktijk”, verzuchtte SCP-directeur Putters bij Nieuwsuur. Ook de BvK ziet graag dat beleidsmakers beter contact hebben met hun collega’s in de uitvoering: bij de evaluatie van beleid én bij de totstandkoming ervan. Maar laten we niet meteen in paniek de Participatiewet bij het oud papier zetten!

 

‘Iedereen in Nederland doet mee’, is het credo van de Participatiewet. Die doelstelling is in de praktijk vaak onvoldoende gerealiseerd, stelt het SCP vast. Dus de Participatiewet is mislukt, concludeerden de media, al dan niet op basis van kritische reacties uit de politiek en het maatschappelijk middenveld. Dat is echt te kort door de bocht.


Wederzijds 

Het SCP constateert dat zestig procent van de doelgroep van de Participatiewet (al dan niet tijdelijk) niet in staat is om te werken. Eenzijdig blijven aandringen op het vinden van een baan als je al duizend keer bent afgewezen vanwege een beperking, verslaving of taalachterstand helpt mensen echt niet verder. Alhoewel iedereen meteen in de gordijnen hing toen staatssecretaris Van Ark een verplichte tegenprestatie bepleitte, gaf zij nadrukkelijk aan dat een tegenprestatie niet alleen het accepteren van een betaalde baan hoeft te zijn. Een wederzijdse inspanningsverplichting van overheid en burger rond vrijwilligerswerk, scholing of schuldhulpverlening is prima. Dat biedt ruimte om de fixatie op het vinden van werk te verlichten.

 

Quotum

Ook werkgevers zijn onmisbaar om van de Participatiewet een succes te maken. De Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) zal het risicomijdende gedrag vandeze werkgevers alleen maar groter maken, voorspelde de BvK al eerder in De Volkskrant. Dan kan je als klantmanager aan de voordeur blijven kloppen, maar is de kans dat je gehoor krijgt minimaal. Geruisloos is een verplicht quotum voor iedere werkgever verdwenen, pijnlijk genoeg omdat de overheid zelf als werkgever de Banenafspraak niet is nagekomen.


Geld 

Een andere roze olifant in de kamer is het geld. Met de decentralisatie van de Participatiewet - maar ook de Wmo en de Jeugdzorg - heeft het Rijk een nieuwe wettelijke taak bij de gemeenten neergelegd. Roepen dat niemand aan de kant mag blijven staan, we de armoede gaan oplossen en iedereen het recht heeft op alle zorg die nodig is om thuis te blijven wonen, is gratis. Toch moet ergens de rekening worden betaald voor deze dure beloften.


Laaghangend fruit 

Met de steeds grotere druk op het budget voor het sociaal domein loopt het systeem vast. Natuurlijk gaan directeuren en managers dan ook sturen op productie en ‘output’. Medewerkers krijgen de opdracht om snelle successen te behalen en laaghangend fruit te verkiezen boven complexe dossiers die veel aandacht en doorzettingsvermogen vragen. Een cynische rekenmeester zou zelfs kunnen concluderen dat de Participatiewet prima heeft gewerkt: ondanks de miljardenbezuiniging in de afgelopen jaren worden bijna evenveel mensen aan een baan geholpen als vóór de invoering van de wet.


Wat is het waard?

Geen enkele professional in het sociaal domein is trots op zaken als het granieten bestand. Maar voeren we echt de eerlijke discussie hoeveel het ons als samenleving waard is om ook de meest kwetsbare en moeilijkst bemiddelbare groepen mee te laten doen? Op andere terreinen in het sociaal domein zie je dat het compleet onbetaalbaar zou zijn als de uitvoerders in staat zouden zijn om de complete doelgroep effectief te ondersteunen. Neem de schuldhulpverlening. Iedere wethouder van financiën schrikt zich kapot wanneer niet de huidige 20% maar zeg 40%, 60% of zelfs 80% van de mensen met problematische schulden een beroep zou doen op de gemeente. Dan blijven vooral de gemeenten met problematische schulden achter…

Washandje

Het werk in het sociaal domein voelt vaak als dweilen met een washandje terwijl de kraan wijd open staat. De reflex van de politiek is om meteen in de actiestand te schieten wanneer een nieuwe maatschappelijke misstand zich aandient. Dat roept verwachtingen op die niet waar te maken zijn of gaat ten koste van andere uitgaven in het sociaal domein. Het aantal dakloze jongeren in tien jaar verdubbeld?! Wachtlijsten voor de acute jeugdzorg?! Tijdschrijven in de thuiszorg ten koste van een goed gesprek?! Onbestaanbaar! En dus gaan de budgetten meteen verschuiven. Het is de bekende euro die we maar één keer kunnen uitgeven. Zo lang we de maatschappelijke kosten van zaken als armoede, chronische werkloosheid, isolement en uitsluiting negeren, kunnen we ook de maatschappelijke winst niet verzilveren bij effectieve uitvoering van beleid.

 

Verkeerd signaal

We hebben een meer realistisch beeld nodig van de maatschappelijke effectiviteit van beleid. We moeten weten hoeveel geld nodig is om echt het verschil te maken en welke ondersteuning die professionals in de uitvoering nodig hebben. Bezuinigen op instrumenten zodat uitvoerders geen kant op kunnen, is het verkeerde signaal.

 We hebben ook wat meer geduld nodig. Nieuw beleid moet in de uitvoering rijpen, door ervaringen uit te wisselen, lessen van de uitvoering terug te leggen bij de beleidsmakers en niet steeds de koers om te gooien. Wat werkt en wat werkt niet? Hoe kunnen we processen beter inrichten? Zetten we in op een echt integrale ondersteuning of blijft iedereen op haar of zijn eigen eilandje? Hebben we het nog weleens over (maatschappelijke) kwaliteit en welzijnswinst of kijken we op het einde van de dag alleen naar het prijskaartje?


Erkenning

Professionals op de werkvloer van het sociaal domein hebben meer erkenning nodig voor de complexiteit en het benodigde vakmanschap van hun werk. Ondersteuning met instrumenten die bewezen effectief zijn. Ruimte om een vertrouwensrelatie met kwetsbare, wantrouwige en soms zelfs agressieve burgers op te bouwen en maatwerk te bieden. We moeten uitvoerend professionals een stem geven in wat wel en niet werkt. Het begint uiteindelijk allemaal met vertrouwen, waardering en een luisterend oor. 


Ido van der Meulen
Directeur BvK