Heb het lef om goed te doen

“Lef is hét trendwoord van dit moment in ambtenarenland”, schreef Davied van Berlo in een column voor Binnenlands Bestuur. De overheid kan de snelle maatschappelijke ontwikkelingen en de complexe situaties van veel mensen niet langer met een stempelautomaat beantwoorden. Voor echte impact zijn er ondernemende professionals nodig die bereid zijn om buiten de lijntjes te kleuren, net dat stapje verder willen gaan. Die risico’s omarmen in plaats van mijden en ook accepteren dat je dan soms fouten maakt. Lef dus. “Mensen kunnen geen nieuwe oceanen ontdekken als ze de moed niet hebben om uit het zicht van de haven te verdwijnen”, aldus de Franse auteur André Gide.

Loze kreet?
Een modewoord kan ook aan kracht verliezen. Je kunt geen vacaturetekst van een gemeente meer vinden waarin lef geen vereiste karaktertrek is. Soms vraag ik me af of het ‘l-woord’ wel echt wordt gedragen door de cultuur van de organisatie. Ik hoor nog veel te vaak over managers met keiharde doelstellingen voor de hoeveelheid dossiers om weg te werken. En over medewerkers die trucs moeten uithalen voor dat extra stapje: de alarmbellen gaan af wanneer ze opschrijven dat iemand toch wat meer aandacht nodig had. Of over professionals die niet ondernemend wíllen zijn, maar juist behoefte hebben aan een vast ritme van regels en richtlijnen.

Balans
Lef alleen is ook niet heilig. Je mag van overheidsprofessionals net zo goed verwachten dat ze onafhankelijk, objectief en integer zijn en iedereen op min of meer dezelfde manier behandelen. Natuurlijk is maatwerk geweldig, maar dat moet je altijd afwegen tegen het algemeen belang van rechtsgelijkheid en een zekere voorspelbaarheid. Lef mag geen vrijbrief zijn voor willekeur. Het gaat om het zoeken naar de juiste balans.

Moreel kompas
Lef is voor mij vooral een moreel kompas. Niet voor niets is dat woord de Amsterdams-Bargoense verbastering van het Hebreeuwse woord voor hart. Kamerlid René Peters (CDA) spoorde destijds als wethouder sociale zaken in Oss zijn professionals aan om steeds naar oplossingen te zoeken die mensen echt helpen. “Maar wat als er dan een boze manager bij me komt omdat ik me niet aan de regels heb gehouden?”, kreeg Peters vaak te horen. Hij adviseerde dan de bijbel aan te halen als reactie: “Zijt gij kwaad omdat ik goed doe?”.

Werken aan lef
Daar gaat lef dus ten diepste om. Vragen we ons regelmatig af of het deugt wat we aan het doen zijn? Hebben we een werkomgeving waarin we dilemma’s en twijfels open durven te delen met collega’s en leidinggevenden? Lef is meer dan een karaktertrek die je wel of niet hebt. Het is ook iets dat je kunt trainen en ontwikkelen en waar je samen met je collega’s aan moet werken. Dan krijgt lef echt een plek in de cultuur en organisatie en is het niet voorbehouden aan die ene moedige klokkenluider die alles op het spel zet. Lef is een werkwoord.

Over de schrijver

Jan-Willem WitsJan-Willem Wits is zelfstandig communicatieadviseur. Hij werkt voor uiteenlopende opdrachtgevers, meestal met een combinatie van advies, strategie en uitvoering. Bij de BvK bouwt hij aan het communicatiebeleid met als doel om de BvK meer 'smoel' en impact te geven, de band met de leden te versterken en nieuwe leden te werven.