Tjalling Smit: fraude met vermogen in het buitenland, wie is verantwoordelijk?

De regering houdt voor sociale zekerheid vast aan de volgende definitie: een verwijtbare overtreding van de inlichtingenplicht die resulteert in onverschuldigde betaling van de uitkering. Dit betreft het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, dan wel het verzwijgen of niet (tijdig) verstrekken van, voor de bepaling van het recht op uitkering en de duur en hoogte van de uitkering relevante gegevens, met als gevolg dat een uitkering geheel of ten dele ten onrechte wordt verstrekt. De regering gebruikt mijns inziens ten onrechte en geheel opgepast het woord fraude om wat mij betreft een veel te strenge en een maatschappelijk ontwrichtende aanpak te rechtvaardigen. 

Participatiewet

De Participatiewet kent het begrip fraude niet. In artikel 17 PW is geregeld dat een uitkeringsgerechtigde te allen tijde mededeling dient te doen over feiten en omstandigheden die van invloed zijn voor zijn recht op uitkering en zijn arbeidsinschakeling. Indien iets niet wordt medegedeeld levert dat een schending van de inlichtingenplicht op en kan het gevolg zijn dat het recht op uitkering als gevolg daarvan wordt ingetrokken en wordt teruggevorderd. De verwijtbaarheid komt en is daarbij helemaal niet aan de orde. Het schenden van de inlichtingenplicht is daarom op geen enkele schaal gelijk te stellen met fraude.

(On)vermogen in het buitenland

Het komt voor en ze zullen er zijn. Personen die een uitkering hebben en vermogen in het buitenland hebben. Wellicht zijn het er net zoveel als personen die samenwonen, wiet verbouwen en verkopen, op marktplaats handelen, zwart werken, een verzwegen bankrekening hebben, of net zoveel andere persoenen die op een andere wijze de inlichtingenplicht schenden. De vraag is, hoe komen wij er achter? Juist! Door het doen van onderzoeken. En daar zit de kneep. In een (fraude) onderzoek naar vermogen in het buitenland zijn de speciale opsporingsambtenaren van het Internationaal Bureau Fraude beperkt door internationale verdragen en afspraken. Dat er kennelijk bureaus zijn die deze afspraken aan de spreekwoordelijke laars lappen zegt veel over hun commerciële activiteiten maar nog veel meer over waarde die zijn hechten aan de rechtstaat. Vaststaat dat gemeenten en de professionals weten dat ze onvermogend zijn in fraudeonderzoeken naar het vermogen in het buitenland. Het is daarom goed te weten dat er een werkgroep is geformeerd die niet alleen onderzoek doet naar de onderzoeksmogelijkheden in het buitenland maar daarbij ook nog kijkt of het opleggen van boetes en het terugvorderen van een uitkering wel leidt tot het gewenste effect.

Fraude opsporen is de verantwoordelijkheid van de minister van justitie

Gemeenteambtenaren, de professionals hebben geen opsporingsbevoegdheid. Zij beperken zich tot de vraag of de uitkering rechtmatig wordt verstrekt aan de hand van de door de burger verstrekte inlichtingen. Indien blijkt dat er gegevens zijn achtergehouden of niet zijn verstrekt wordt de bovenstaande procedure gestart. Nogmaals: Het gaat niet om vraag of er frauduleus is gehandeld. De vraag die dient te worden beantwoord is de vraag of de uitkering rechtmatig is verstrekt! Niets meer niets minder. Als er een vermoeden is dat op grote schaal gefraudeerd wordt met een uitkering dan is dit in eerste instantie aan de het Ministerie van Justitie daarnaar een onderzoek te doen. Het is niet voor niets dat een sociaal rechercheur opereert namens de minister van Justitie en Veiligheid bij een opgestelde akte, waarin vermeld staat in welk domein de boa opsporingshandelingen mag verrichten en op welk grondgebied de opsporingsbevoegdheid geldt. Duidelijk is dat die bevoegdheid niet reikt tot over de grenzen van het Nederlands grondgebied.

Blind Eye

Niet valt in te zien hoe gemeenten een oog dicht knijpen bij personen die een vermogen zouden hebben in het buitenland en deze vorm van het schenden van de inlichtingenplicht oogluikend zouden toestaan, zoals de Telegraaf zaterdag 20 oktober  suggereerde. Professionals respecteren de grenzen van de wet ook als dat hun bewegingsvrijheid en onderzoeksbevoegdheid beperkt. Respect voor de rechtstaat heet dat. Voorzover er sprake is van een grootschalige fraude, dan is het in eerste instantie aan het ministerie van justitie hiertoe handvatten te reiken aan de hongerige sociaal rechercheurs om hun honger naar het onderzoeken van frauduleuze handelingen te stillen. Noch de gemeenten, noch de professionals zijn hiervoor verantwoordelijk te houden. Het is vooral de minister van Justitie die dit probleem geheel ten onrechte onder de deurmat van het ministerie van sociale zaken veegt (evenals het vraagstuk van de kosten van bewindvoering). Het wordt tijd dat dit ministerie dit onder ogen ziet en de verantwoordelijkheid hiervoor neemt!

Over de schrijverTjalling Smit

Tjalling Smit is klantmanager bij Werkplein Fivelingo.  Hij werkt al meer dan 20  jaar in de sociale zekerheid. Tjalling staat voor praktische oplossingen waarbij naleving van de wet en het individuele belang burger hand in hand gaan. Door zijn jarenlange ervaring in de sociale zekerheid is hij deskundige op het gebied van de Participatiewet. Hij is betrokken bij de BvK en draagt de professionalisering van het vak klantmanager een warm hart toe.